Zaken die voorwaardelijk zijn voor succes noemen we kritieke succesfactoren (KSF’s)*.
Binnen het coachproces zijn het die aspecten die onophoudelijk de aandacht moeten krijgen van coach en coachee:
(1) de Context, (2) de Meetlat, (3) Eigenaarschap, (4) de IJsberg en (5) het Hier en Nu.

(1) De Context

Een coachvraag krijgt pas betekenis in de omgeving waarin het geleerde straks moet worden toegepast: de context.
Meestal komt de coach behoefte ook voort uit diezelfde context: van de coachee zelf of van mensen in de omgeving, van wie de coachee signalen krijgt over de mate waarin zij/hij effectief handelt. Als er iets te leren valt is het tegenwoordig heel gebruikelijk om daarin begeleiding te zoeken. Een goede coach legt de relatie met de werkomgeving, daar wordt immers beoordeeld of het geleerde nuttig is.

(2) De Meetlat

Het is belangrijk om te weten wat de doelstelling van de coachee zelf is. Geen coachvraag, dan ook geen coachdoel, geen weg daarnaartoe en geen begeleidingsproces. Kortom: geen zinvol coachtraject. In zo’n geval blijft het onduidelijk waartoe het coachtraject moet leiden. Een goede coach is opmerkzaam, geeft terug wat opgemerkt wordt en nodigt de coachee uit om het doel en de bijbehorende coachvraag te formuleren.

Geen coachvraag, dan ook geen coachdoel, geen weg daarnaartoe en geen begeleidingsproces.

(3) Eigenaarschap

De coachee is te allen tijde verantwoordelijk voor zijn of haar eigen leerproces, leerdoel en leerresultaat. Alleen door zelf te leren, te reflecteren en nieuw gedrag uit te proberen worden oude patronen doorbroken en worden in het brein nieuwe verbindingen aangelegd met nieuwe resultaten als gevolg. De coach bevraagt, observeert, geeft terug en begeleidt. De verantwoordelijkheid voor het eigen leren, werken en bijbehorende resultaat blijft daar waar het hoort, bij de coachee.

(4) De IJsberg

Met behulp van coaching kan je persoonlijke en professionele ontwikkeling bewerkstelligen. Om te kunnen ontwikkelen en veranderen is inzicht nodig in het huidige gedrag, de onderliggende opvattingen en de drijfveren van de coachee. Gedrag, opvattingen en drijfveren worden wel eens metaforisch uitgelegd aan de hand van een ijsberg. Alleen het puntje van de ijsberg, het gedrag, is zichtbaar voor de buitenwereld. Onderliggende opvattingen, kun je opdiepen door metaforisch onder de waterlijn te duiken door bijvoorbeeld te vragen naar welke opvattingen het huidige gedrag in stand houden. Tot slot kan de coachee worden bevraagd naar zijn of haar kern: het waarom, de zingeving. Iemands drijfveren, motieven en waarden zijn verborgen daar waar de kern van de ijsberg ontspringt.

(5) Het Hier – en – Nu

Alleen in interactie wordt (ongewenst) gedrag zichtbaar. Als coach kan je alleen interveniëren op hetgeen zich in de coachruimte, de hier-en-nu situatie afspeelt. Als een coachee bijvoorbeeld een aantal keer “de schuld” bij een ander legt, kan je als coach opmerken wat het effect van dit “wijzen” op jou heeft. Vervolgens kan je vragen of de coachee dit gedrag wellicht ook laat zien in de werkomgeving, de daar-en-dan situatie. Vervolgens vraagt de coach of het effect wat de coachee daarmee teweegbrengt ook beoogd is of dat de coachee zich hierin wil ontwikkelen?

Deze KSF’s bieden een overzichtelijk kader waarbinnen alle coachactiviteiten kunnen worden begrepen. Daarnaast vormen ze een goede basis voor een quickscan van de huidige situatie van de coachee. Ook zijn de KSF’s een handig ijkpunt voor de voortgang van het coachproces en de daarin bereikte resultaten.

Ik werk aan de hand van de 5 kritische succesfactoren voor coaching en merk dat dit voor zowel de coachee als voor mij als coach structuur geeft en van meerwaarde is voor het verloop en resultaat van het coachtraject.

 

*Van Doorn. G., Lingsma. M.M., (2017) De vijf kritieke succesfactoren voor coaching. Kennis en kunde voor de competente coach.